Header icon ltos Dichtbij logo

‘Soms denk ik echt: zoek het met z’n allen maar uit’

Stikstof
Belangrijk nieuws Nieuws
3d

Op 30 oktober komt minister Van Essen met zijn nieuwe stikstofbrief. De afgelopen tijd hebben we op alle mogelijke manieren geprobeerd om kabinet en politieke partijen er van te overtuigen, dat het voorgestelde beleid desastreus is voor de boeren, tuinders en het platteland en dat het anders moet.

Van onderhandelingen is geen sprake. Na de brief moet LTO beoordelen of het nog zin heeft daarmee door te gaan. Anna Jet Leijenaar (vicevoorzitter LTO Noord) voelt die worsteling. Ze ziet de afstand tussen beleid en boerenerf groeien en vraagt zich af hoeveel geduld boeren nog kunnen opbrengen, terwijl aan de andere kant de sector op het menu staat van beleidsmakers en politiek.

Hoe kijk je naar de brief die op 30 oktober komt?

Heel simpel: wat is er met onze inbreng gedaan? We hebben uitgelegd waar de plannen vastlopen en wat boeren nodig hebben om verder te kunnen. Dan heb ik het over bijvoorbeeld vergunningen, grond, investeringen en bedrijfsovernames die ook financieel nog rond moet kunnen worden gerekend.

Wij onderhandelen niet over een akkoord. Wij zijn belangenbehartigers en vanuit onze kennis proberen we cruciale verbeteringen in beleid te krijgen. Na 30 oktober moeten we dus goed kijken of die kennis werkelijk is gebruikt. Als belangenbehartiger wil je resultaat zien, het beleid moet dus veranderen. Mocht dat uitblijven dan volgt de vraag waarom zou je nog inzet plegen als er niet geluisterd wordt?

Wat vind je daar zelf van?

Ja. Soms denk ik echt: zoek het met z’n allen maar uit. Wanneer je voor de zoveelste keer hoort hoe makkelijk ambtenaren en politici spreken over ‘innovatie, extensivering of bedrijfsverplaatsing’. Grond is al schaars én duur en een bedrijfsverplaatsing is veel meer dan een zakelijke aangelegenheid. En een stal aanpassen is meer dan ergens een nieuwe techniek in zetten. Er is een vergunning nodig en een bank vraagt zekerheid. In een volgende bijeenkomst begint het gesprek soms weer van voren af aan. Daar word ik moedeloos van. En kwaad.

Boeren bellen met vragen waar ze nu antwoord op moeten krijgen. Kan ik investeren? Wat betekent die zone? Kan mijn dochter het bedrijf overnemen? Dan moet ik weer vertellen dat de uitwerking nog komt of dat Den Haag en de provincie er nog over praten. Ik kan het bijna niet meer aanhoren. Dan voel ik de frustratie en woede opkomen en moet ik echt tot tien tellen.

Waarom dan toch nog die energie er in steken?

Omdat je ook weet wat er gebeurt wanneer niemand meer vertelt hoe het er op een echt bedrijf aan toegaat.

Dan zijn we overgeleverd aan de cijferaars, de systeemdenkers, de modellenwerkelijkheid. In zo’n rekensom lijkt grond beschikbaar, werkt een maatregel altijd en past een bedrijf zich vanzelf aan een nieuwe norm aan. En vergeet de groene lobby, ngo’s en tbo’s niet, die blijven hun punten rustig aanleveren.

Dat is de spagaat. Het liefst zeg je na de zoveelste discussie: succes ermee. Tegelijk weet je dat de plannen er zonder die praktijkkennis waarschijnlijk nog slechter uitzien.

Wanneer voelde je die afstand sterk?

Tijdens een werkbezoek in Wapse bij een boerenbedrijf, vorige week. Daar waren hoge ambtenaren van het ministerie en de provincie bij aanwezig. Goede bedoelingen hoor, maar het ging in no time over instructieregels, zonering, prioritering en gebiedsprocessen. De ambtenaren waren betrokken, maar op hun eigen vakgebied: plannenmakerij zonder de mens te zien.

Toen ik daarna de boel liet indalen vroeg ik me af: wat kan een boer de volgende ochtend met dit verhaal. Of met de volgende kamerbrief die eraan komt. Wie neemt contact met hem op? Waar kan hij terecht? Wat gebeurt er met zijn vergunning en de waarde van zijn bedrijf?

Daar kwam geen goed antwoord op. Er wordt wel gesproken over termijnen waarbinnen boeren moeten meewerken. Dan loopt het proces dus vooruit op de mensen die ermee moeten werken. Dat is precies wat voortdurend misgaat. Top down, en de groeten uit Den Haag. Dat maakt me zo kwaad vanbinnen.

Je noemt de ontwikkeling in de landbouw een treincrash in slow motion.

We zien jonge boeren afhaken en ouders die hun kinderen afraden om het bedrijf over te nemen. Ook boeren van vijftig besluiten dat ze geen zin meer hebben in nog vijftien jaar onzekerheid.

Een jonge boer wil vaak heel graag verder. Hij gaat rekenen en ziet de financiering, de problemen rondom vergunningen, nieuwe investeringen en regels die weer kunnen veranderen. Uiteindelijk laat hij het bedrijf lopen. Soms wordt Canada serieus genoemd. Niet omdat hij zo graag weg wil, maar omdat hij ergens wil boeren zonder voortdurend bang te zijn dat de spelregels veranderen.

De politiek zegt vaak het familiebedrijf te willen koesteren.

Dat hoor ik voortdurend. Dan gaat het over koeien in de wei, een gezin op het erf en een kind dat de boerderij overneemt. Een soort Ot en Sien. Er is niet voor niets voor jonge opvolgers een subsidie beschikbaar, de vestigingssteun jonge landbouwers, om het bedrijf over te nemen. Dat zegt wat over de wens om dit soort bedrijven te steunen.

De kleinere familiebedrijven kunnen de kosten en onzekerheid juist het minst goed dragen. Zij hebben geen jurist of vergunningenspecialist in dienst. Een nieuwe eis komt direct op de keukentafel terecht en kan de overname opnieuw moeilijker maken.

Bedrijven met meer financiële ruimte kunnen adviseurs inhuren en kosten beter verdelen. De boeren die doorgaan, zullen daardoor vaak groeien. De grond van stoppende bedrijven komt bij hen terecht.

Daarmee organiseert de politiek precies wat ze zegt niet te willen: minder boeren en grotere bedrijven. Kennelijk ziet men niet wat de optelsom van al die afzonderlijke maatregelen veroorzaakt.

Wat wil je dat er op 30 oktober duidelijk wordt?

Dat onze punten serieus zijn genomen. Rechtszekerheid en vergunningverlening moeten centraal staan. Dat ze zien dat de ammoniaknorm per fosfaatrecht onwerkbaar is. Dat doelsturing om echte routevrijheid vraagt. De grondgebondenheidsnorm die niet thuishoort in dit stikstofpakket. Dat het besef doordringt dat de zones van 500 en 1.000 meter gebieden op slot zet. Daar doe ik het uiteindelijk als bestuurder voor en dat zal ik met volle overtuiging blijven doen. Het is een weg van de lange adem en het gaat stap voor stap, ook omdat het politiek zo gevoelig ligt. Ik vertelde eerder dat dat zo nu en dan frustrerend is, maar als wij niet blijven vertellen wat besluiten met boerengezinnen doen, wie doet het dan? Ik ga in ieder geval door, linksom of rechtsom, want ik ben niet van plan stilletjes toe te kijken hoe deze treincrash eindigt.

Dit artikel helemaal lezen?

Download dan gratis de LTO Dichtbij app voor op je smartphone. Dé ledenapp voor boeren en tuinders in Nederland, welke lid zijn van belangenorganisaties ZLTO, LTO Noord en LLTB.

  • Altijd betrokken en op de hoogte dankzij handige pushmeldingen
  • Ontvang relevante informatie over onderwerpen die je zelf volgt, overzichtelijk op de tijdlijn
  • Geef je mening over actuele onderwerpen

   
Let op: wanneer je de app via deze weg download wordt het artikel niet direct geopend in de app.

Lid worden of uitleg over het downloaden en installeren van de app? Lees hier meer.